Schoolkeuze

Peuterspeelzaal of kdv/mkd

Vanaf de leeftijd van vijf jaar zijn kinderen leerplichtig. Maar ook daarvoor begint het kiezen al. Ouders van peuters/kleuters met een beperking moeten afwegen of ze hun kind aanmelden bij een reguliere peuterspeelzaal of bij een dagcentrum voor kinderen met een verstandelijke handicap (KDV) of een medisch kinderdagverblijf (MKD). De bereidheid om extra inzet te leveren voor kinderen met een handicap binnen de gewone kinder- en peuteropvang is gegroeid. Ook de kennis en ervaring nemen toe, zodat ouders steeds meer een echte keuze kunnen maken.

Naar de basisschool?

De laatste jaren komt het vaker voor dat ook kinderen met een verstandelijke beperking naar de gewone basisschool gaan. Door de wet op het Passend Onderwijs hebben scholen zorgplicht gekregen voor alle leerlingen. Dat betekent dat zij verantwoordelijk zijn om ook leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden.

Het idee is dat ieder kind het onderwijs krijgt dat past bij zijn eigen mogelijkheden en beperkingen, zo dicht mogelijk bij huis. Als een kind extra hulp nodig heeft, dan biedt de school die hulp in principe zelf, het liefst op de eigen school en anders via een zogenaamd ‘samenwerkingsverband’. In zo’n samenwerkingsverband zijn verschillende scholen opgenomen, waaronder ook speciale scholen. Als een school een kind niet voldoende kan bieden, zal die school via zijn samenwerkingsverband zorgen dat het kind elders terecht kan.

Deelname aan het reguliere onderwijs kan een positieve werking hebben voor het kind én voor de groep. Een heel praktisch voordeel kan zijn dat zo’n school zich in de buurt bevindt en daarmee in de directe leefomgeving van het kind. Wel is de gemiddelde groep van een gewone school vaak groot en daardoor voor kinderen met een beperking al snel te druk en onrustig. Verder is het van groot belang dat de school en het docententeam achter het kind staat en een extra inspanning wil en kan leveren. Tenslotte is het belangrijk op te letten dat het kind zich op den duur in het reguliere onderwijs niet steeds de mindere voelt, omdat andere kinderen meer kunnen. De praktijk leert dat veel ouders van kinderen met beperking bij de overgang van klas drie of vier alsnog voor het speciaal onderwijs kiezen.

Aanmelding

Ouders melden hun kind schriftelijk aan bij de school van hun keuze. Verwachten ze dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft, dan geven ze dit meteen aan. Als een kind is aanmeldt voor een school, moet de school binnen 6 tot 10 weken zorgen voor een passend onderwijsaanbod. De school regelt eventuele ondersteuning ook zelf en ontvangt via het samenwerkingsverband ook geld voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. Dit beleid is er op gericht de integratie van mensen met een beperking in de samenleving 

Wat is speciaal onderwijs?

Speciaal onderwijs is voor kinderen met een beperking, chronische ziekte of stoornis. In het speciaal onderwijs krijgen zij meer aandacht en ondersteuning dan in het reguliere (gewone) onderwijs. Vanuit het speciaal onderwijs kunnen leerlingen soms instromen in het reguliere onderwijs of doorstromen naar een reguliere vervolgopleiding. Veel kinderen die naar speciaal onderwijs gaan, komen in aanmerking voor leerlingenvervoer. 

Toelaatbaarheidsverklaring via samenwerkingsverband

Scholen voor speciaal onderwijs en reguliere scholen nemen samen deel in het samenwerkingsverband voor passend onderwijs in de regio. Binnen dit samenwerkingsverband spreken de scholen onder andere af welke leerlingen ze doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. Voor deze leerlingen geeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring af. Zo’n verklaring geeft recht op een plek in het speciaal onderwijs.

Clusters binnen het speciaal onderwijs

Het speciaal onderwijs (bestaat uit 4 clusters, namelijk:

  1. Cluster 1: blinde, slechtziende kinderen.
    • Dit zijn scholen voor visueel gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen die slechtziend of blind zijn. De meeste van deze kinderen gaan met speciale begeleiding naar het reguliere onderwijs. De overige kinderen bezoeken speciale scholen.
  2. Cluster 2: dove, slechthorende kinderen.
    • Cluster 2 scholen zijn voor dove en slechthorende kinderen en voor kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden of taalmoeilijkheden. De scholen zijn er ook voor kinderen met communicatieve problemen.
  3. Cluster 3: gehandicapte en langdurig zieke kinderen.
    • Dit zijn scholen voor leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Maar ook langdurig zieke kinderen en leerlingen met epilepsie kunnen hier terecht.
  4. Cluster 4: kinderen met stoornissen en gedragsproblemen.
    • Dit cluster bestaat uit scholen voor kinderen met psychiatrische stoornissen of ernstige gedragsproblemen. Ook scholen die verbonden zijn aan pedologische (kinderkundige) instituten vallen onder dit cluster.

Voor leerlingen in clusters 1 en 2 is het onderwijs niet georganiseerd via de regionale samenwerkingsverbanden, maar door een aantal landelijke organisaties, namelijk:

  • Cluster 1: Bartiméus en Visio;
  • Cluster 2: Stichting Simea. Hieronder vallen de organisaties Auris, Kentalis, VierTaal en Vitus Zuid.

Deze landelijke instellingen bepalen zelf wanneer een leerling naar een speciale school gaat.

 Kerndoelen speciaal onderwijs

In het speciaal onderwijs gelden kerndoelen. Deze kerndoelen beschrijven globaal wat een school in elk geval moet aanbieden aan de leerling. Bijvoorbeeld op het gebied van de Nederlandse taal en rekenen.

Daarnaast is er nog een aantal aangepaste doelen voor de verschillende clusters.

Voor leerlingen op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen of kinderen met een meervoudige beperking, gelden volledig aangepaste kerndoelen.

Voortgezet speciaal onderwijs

Leerlingen in het speciaal onderwijs (SO) gaan meestal na hun twaalfde naar het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Hier kunnen ze blijven tot hun twintigste verjaardag. Maar als het voor een leerling beter is om langer in het speciaal onderwijs les te volgen, kan hiervoor ontheffing worden aangevraagd bij de Onderwijsinspectie. Het voortgezet speciaal onderwijs werkt met dezelfde clusters als voor leerlingen van vier tot twaalf. Het kan per samenwerkingsverband verschillen hoe er om wordt gegaan met de leeftijdsgrens van twintig. Sommige samenwerkingsverbanden en scholen houden de grens aan van achttienjaar tenzij….. Bij het maken van uw schoolkeuze kan het interessant zijn om hier naar te vragen.

Ontwikkelingsperspectief leerlingen

De school moet een kind helpen zijn mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten. Daarom moeten scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs een ontwikkelingsperspectief voor leerlingen vaststellen. Hierin staat onder andere welk uitstroomprofiel een leerling heeft, zoals:

  • een diploma halen;
  • uitstroom naar werk;
  • uitstroom naar arbeidsmatige dagbesteding.

Onderdeel van het ontwikkelingsperspectief is een plan, ook wel het handelingsdeel genoemd. Hierin staat hoe de school toewerkt naar het uitstroomprofiel. 

Leerlingenvervoer

Veel kinderen die naar speciaal onderwijs gaan, komen in aanmerking voor leerlingenvervoer.  Bijvoorbeeld leerlingen voor wie zelfstandig reizen vanwege een beperking moeilijk is. Maar ook leerlingen die naar een school gaan die ver weg is. Ouders kunnen een aanvraag bij de gemeente doen voor tegemoetkoming in de kosten van het vervoer.

 Er zijn drie vormen van leerlingenvervoer, namelijk:

  1. Openbaar vervoer (ov) 
    • Als een kind zelfstandig met het ov kan reizen, krijgt het een financiële vergoeding voor een OV-abonnement. Als het kind niet zelfstandig kan reizen, worden de reiskosten van de begeleider (ouder/verzorger) ook vergoed.
  2. Eigen vervoer
    • Ouders of verzorgers kunnen ook een financiële vergoeding krijgen voor eigen vervoer. In dit geval organiseren ouders/verzorgers het halen en brengen van hun kind zelf. Let op: in het bijzonder basisonderwijs krijgt u soms niet alles vergoed. Dit is afhankelijk van uw inkomen.
  3. Aangepast vervoer
    • De leerling wordt thuis opgehaald met een busje en naar school gebracht. Aan het einde van de schooldag brengt het busje de leerling weer thuis. Deze vorm van vervoer is alleen voor leerlingen die op geen enkele andere wijze naar school kunnen reizen.

 Het aanvragen van leerlingenvervoer gaat via de gemeente van uw woonplaats.

Het is belangrijk om de aanvraag op tijd te doen. Om zeker te weten dat u duidelijkheid heeft vóór het nieuwe schooljaar, moet u de aanvraag vóór 1 juni doen. Voor verlenging geldt hetzelfde, maar hiervoor krijgt u automatisch een brief van de gemeente.